Boete na suppletie

Boete Na Suppletie?

De Hoge Raad heeft zich hierover in een arrest van 24 september jl. uitgelaten. Het gaat om de suppletieverplichting uit artikel 10a AWR. Volgens de Hoge Raad is het gebruik van bewijs dat voortvloeit uit deze verplichting strijdig met het “nemo-teneturbeginsel”, dat is het beginsel dat niemand kan worden gedwongen mee te werken aan zijn eigen veroordeling.

De Suppletieverplichting

In artikel 10a AWR (de Algemene wet inzake rijksbelastingen) is de verplichting voor belasting- en inhoudingsplichtigen opgenomen om uit eigen beweging de inspecteur te informeren over onjuistheden of onvolledigheden in gegevens en inlichtingen, die relevant zijn voor de belastingheffing. Als de belastingplichtige constateert dat in de afgelopen vijf jaren te weinig omzetbelasting is afgedragen, moet een suppletie worden gedaan (op grond van artikel 15 Uitvoeringsbesluit omzetbelasting). Om een vergrijpboete op grond van artikel 10a, derde lid AWR te voorkomen, moet deze “verbetering” worden gedaan vóórdat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of zal worden. In artikel 10a AWR is sprake van belastingplichtige en inhoudingsplichtige. Dat betekent dat het arrest van de Hoge Raad een veel bredere werking heft dan louter de omzetbelasting. Denk bijvoorbeeld aan de loonheffing of de dividendbelasting. Maar denk ook aan de “inkeerregeling” waarbij verzwegen box 3 vermogen wordt gemeld en ook een (forse) boete wordt opgelegd.

Voldoen aan de suppletieverplichting, betekent dat de inspecteur op onjuistheden in de eerdere btw-aangiften wordt gewezen. Deze verplichting houdt een spontane mededelingsplicht in, waardoor de inspecteur op de hoogte wordt gebracht van een mogelijk beboetbaar of strafbaar feit. De Hoge Raad beslist in haar arrest dat de informatieverplichting in beginsel niet strijdig is met het “nemo-teneturbeginsel”, maar het gebruik van die informatie voor beboetingsdoeleinden wel. Volgens de Hoge Raad is de melding (de suppletie) uit artikel 10a AWR gebaseerd op de wil van de belastingplichtige (of de inhoudingsplichtige). Dat die verklaring gebaseerd kan zijn op in de administratie aanwezige facturen en andere documenten, doet daar niets aan af. Kortom, de suppletie mag niet worden gebruikt voor het bewijs dat de belastingplichtige een beboetbaar of strafbaar feit heeft begaan. Tegen boetes die na een suppletie worden opgelegd, kan dus bezwaar worden gemaakt.

Maar het Arrest is nog steeds niet Bevredigend

Hoewel de informatie uit de suppletieverplichting niet mag worden gebruikt voor beboetings- of bestraffingsdoeleinden, is het de vraag of de Hoge Raad hiermee ver genoeg gaat. De Hoge Raad had over de juistheid van de verplichting uit artikel 10a AWR bij het EHRM (het Europese Hof van Justitie) een prejudiciële vraag moeten stellen.
De Hoge Raad blokkeert weliswaar de boete, gebaseerd op de melding van 10 AWR, maar dat zou ook moeten gelden voor de verzuimboete uit artikel 67c AWR (het niet tijdig doen van aangifte). Knelpunt blijft dat de inspecteur na een suppletieaangifte alsnog een boekenonderzoek kan starten. Wanneer hij in dat onderzoek beboetbare feiten aantreft, kan hij alsnog een boete opleggen. Dat is echter zeer onterecht omdat het in het boekenonderzoek verkregen bewijs als “onrechtmatig” moet worden gekwalificeerd. Die term uit het strafrecht is ten volle van toepassing op het fiscale boeterecht omdat lang geleden al is beslist dat een fiscale boete een “criminal charge” is.

Advies voor de praktijk: maak altijd bezwaar tegen elke boete die na een suppletie wordt opgelegd.

Huub Rosenboom, Doesburg, 21 oktober 2021

Ga naar de bovenkant