Winst

Winst

De winst, die een onderneming in een jaar maakt, wordt voor de belastingheffing bepaald met inachtneming van de beginselen van goed koopmansgebruik. De belangrijkste beginselen van goed koopmansgebruik zijn het realiteitsbeginsel, het voorzichtigheidsbeginsel en het eenvoudsbeginsel.

  • Het realiteitsbeginsel houdt in, dat de winst over een jaar wordt bepaald door de kosten en baten die op dat jaar betrekking hebben. Op basis van het realiteitsbeginsel kunnen ten laste van de winst voorzieningen worden gevormd voor in de toekomst te verwachten voorzienbare uitgaven die betrekking hebben op het boekjaar.
  • Het voorzichtigheidsbeginsel houdt in dat de ondernemer zich niet rijk moet rekenen. Bezittingen worden niet hoger gewaardeerd dan hun werkelijke waarde en schulden worden niet lager gewaardeerd. Winst wordt pas genomen wanneer deze gerealiseerd is en verliezen mogen worden genomen wanneer zij voorzienbaar zijn.
  • Op grond van het eenvoudsbeginsel hoeft de administratie van een onderneming niet ingewikkelder te zijn dan nodig is. Met name kleine ondernemingen kunnen daardoor volstaan met een relatief eenvoudige boekhouding.

De ondernemer moet bij de winstbepaling een bestendige gedragslijn hanteren, die onafhankelijk is van de vermoedelijke uitkomst. Deze bestendige gedragslijn mag alleen worden gewijzigd als goed koopmansgebruik dit toestaat. Het systeem van winstbepaling mag dus niet worden aangepast om een incidenteel fiscaal voordeel te behalen.

Ga naar de bovenkant