Pensioenwet

Pensioenwet

De Pensioenwet bevat informatieverplichtingen die moeten zorgen voor meer duidelijkheid bij deelnemers aan pensioenregelingen. De taken van de betrokken partijen bij een pensioenregeling (werkgever, werknemer en de pensioenuitvoerder) zijn in de Pensioenwet beschreven, zodat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is.

Werkgevers kunnen afspraken maken met hun werknemers over pensioen. Een wettelijke verplichting om pensioen toe te zeggen is er niet. Wanneer pensioen is toegezegd, moet de werkgever de pensioenen via een uitvoeringsovereenkomst onderbrengen bij een pensioenuitvoerder. Dat kan een pensioenfonds of een verzekeraar zijn.

De minimumleeftijd voor deelname aan een pensioenregeling mag volgens de wet niet hoger zijn dan 21 jaar. Werkgevers moeten nieuwe werknemers binnen één maand na hun indiensttreding schriftelijk informeren over het al dan niet aanbieden van een pensioenovereenkomst. Die informatieplicht geldt ook als de werknemer de toetredingsleeftijd nog niet heeft bereikt of wanneer er een wachttijd geldt. Een wachttijd mag niet langer zijn dan twee maanden. In de praktijk zal de mededeling zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst.

Pensioenuitvoerders moeten aan nieuwe deelnemers binnen drie maanden na aanvang van deelname een startbrief toesturen. De startbrief bevat onder meer een opgave van:

  • alle rechten op pensioenen en de daarbij behorende risico’s;
  • het karakter van de pensioenovereenkomst(en), namelijk uitkeringsovereenkomst, kapitaal- of premieovereenkomst;
  • de keuzemogelijkheden die de pensioenovereenkomst biedt;
  • eventueel van toepassing zijnde toeslagen.

De pensioenuitvoerder is verplicht om de deelnemers aan een pensioenregeling periodiek te informeren over de opgebouwde aanspraken, de te bereiken aanspraken en eventuele toeslagen. In ieder geval moet de pensioenuitvoerder jaarlijks een pensioenopgave naar de deelnemers sturen, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende pensioenregelingen. Ook gewezen deelnemers moeten periodiek (ten minste eens in de vijf jaar) worden geïnformeerd. De pensioenuitvoerder is verplicht om de werknemers te informeren over betalingsachterstanden van de werkgever.

Uitruil

Er bestaat een wettelijk recht op uitruil van nabestaandenpensioen (NP) in ouderdomspensioen (OP) en een wettelijk recht op uitruil van OP in NP wanneer het NP op risicobasis verzekerd is. Dit wettelijk recht op uitruil van OP in NP is alleen van toepassing op aanspraken op OP van actieve deelnemers die na 1 januari 2008 worden opgebouwd.

DGA

De Pensioenwet is niet van toepassing op (het pensioen van) de dga.

Ga naar de bovenkant