Inbreng onderneming in vennootschap

Hoofdtitel

De inbreng van een onderneming van een natuurlijk persoon in een besloten vennootschap is te vergelijken met een verkoop van de onderneming. Fiscaal kan de inbreng op twee manieren gebeuren.

1) Ruisende inbreng

De ondernemer die zijn onderneming inbrengt moet inkomstenbelasting betalen over het verschil tussen de bij de inbreng gerealiseerde waarde en de boekwaarde van de onderneming. Fiscaal wordt de ruisende inbreng behandeld als staking van de onderneming door de ondernemer. De ondernemer kan gebruik maken van de stakingsfaciliteiten. Bij een ruisende inbreng is de ondernemer niet verplicht om alle vermogensbestanddelen van de onderneming in te brengen, maar kan hij ervoor kiezen om bepaalde vermogensbestanddelen naar zijn privevermogen over te brengen. Op de beginbalans van de BV staan alle ingebrachte vermogensbestanddelen voor de werkelijke waarde.

2) Geruisloze inbreng

Directe belastingheffing bij de ondernemer kan worden voorkomen door te kiezen voor de geruisloze inbreng. De geruisloze inbreng is een doorschuiffaciliteit waarbij de BV fiscaal de plaats inneemt van de ondernemer. Dat houdt in dat alle vermogensbestanddelen op de beginbalans van de BV worden gezet voor de fiscale boekwaarden van de eindbalans van de ondernemer. De afschrijvingscapaciteit van de BV wordt hierdoor beperkt ten opzichte van de ruisende inbreng. De inbreng kan onder voorwaarden met terugwerkende kracht naar het begin van een kalenderjaar geschieden.

Het is verstandig om het voornemen om de onderneming in te brengen in een rechtspersoon vast te leggen in een zogenaamde voorverklaring. Wie gebruik wil maken van de mogelijkheid om de onderneming fiscaal met terugwerkende kracht in te brengen moet deze verklaring laten registreren.

Ga naar de bovenkant