Fiscale eenheid

Fiscale eenheid

Onder bepaalde voorwaarden kunnen vennootschappen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen. Een fiscale eenheid kan bestaan uit een moedermaatschappij met één of meer van haar (klein)dochtermaatschappijen. Voor de vennootschapsbelasting wordt een fiscale eenheid beschouwd als één belastingplichtige. De belangrijkste voordelen van een fiscale eenheid zijn dat de verliezen van een maatschappij kunnen worden verrekend met de winsten van een andere maatschappij uit dezelfde groep en dat vermogensbestanddelen in beginsel van de ene aan de andere vennootschap kunnen worden overgedragen zonder belastingheffing.

De voorwaarden

Een fiscale eenheid tussen een moedermaatschappij en een dochtermaatschappij is alleen mogelijk als de moedermaatschappij ten minste 95% van de aandelen van de dochtermaatschappij bezit en als alle betrokken maatschappijen in Nederland zijn gevestigd. Andere voorwaarden zijn dat de moedermaatschappij en de dochtermaatschappij(en) hetzelfde boekjaar hebben en aan hetzelfde belastingregime onderworpen zijn. Een verzoek om een fiscale eenheid te vormen moet namens alle betrokken maatschappijen worden gericht aan de Belastingdienst. De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 stelt nog meer voorwaarden dan de hiervoor genoemde. Deze voorwaarden bestrijken een groot aantal technische aspecten die met de voeging te
maken hebben. De fiscale eenheid wordt op verzoek ontbonden of wordt automatisch ontbonden als niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan.

De regeling van gevallen waarin een fiscale eenheid kan worden gevormd is onlangs uitgebreid. Dat is het gevolg van rechtspraak van het Hof van Justitie EU. Hierdoor is het mogelijk om een in Nederland gevestigde kleindochtermaatschappij in een fiscale eenheid op te nemen met haar ook in Nederland gevestigde grootmoeder, als de moedermaatschappij niet in Nederland is gevestigd en daar ook geen vaste inrichting heeft. Ook een fiscale eenheid tussen in Nederland gevestigde zustermaatschappijen die een gezamenlijke buitenlandse moedermaatschappij hebben is door de aanpassing van de regeling mogelijk. De moedermaatschappij moet elders binnen de EU of de EER (Europese Economische Ruimte) zijn gevestigd. Is de moedermaatschappij daarbuiten gevestigd, dan is geen fiscale eenheid tussen in Nederland gevestigde zustermaatschappijen mogelijk.

Ga naar de bovenkant