De beperkte gemeenschap van goederen bij huwelijk wordt de hoofdregel

21 augustus 2017
/ /
Comments Closed
/

De beperkte gemeenschap van goederen bij huwelijk wordt de hoofdregel

21 augustus 2017
/ / /
Comments Closed

Op 28 maart jl. heeft de Eerste Kamer het voorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet aangenomen. Belangrijkste onderdeel hiervan is dat de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen wordt beperkt. De wet zal op 1 januari 2018 worden ingevoerd.

De wens om de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken komt voort uit de behoefte aan modernisering. Tegenwoordig wonen partners vaak al langer samen voordat ze gaan trouwen en mensen trouwen vaker meerdere malen in hun leven. Wat houdt de nieuwe regeling nu in ? Ik leg eerst de huidige situatie uit en bespreek daarna wat er met de nieuwe wet gaat veranderen.

Het huidige huwelijksvermogensrecht

Momenteel geldt dat wanneer je trouwt, je automatisch trouwt in gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat bij overlijden of bij echtscheiding, alle bezittingen en schulden fifty-fifty worden verdeeld. Ook bezittingen en schulden die vóór het huwelijk eigendom van één van de partners waren, worden hierin meegenomen. Is het niet gewenst om in gemeenschap van goederen te trouwen, dan moeten er vóór het huwelijk “huwelijkse voorwaarden” worden opgemaakt. Dat moet bij een notariële akte. In deze akte wordt vastgelegd wie waarvan de eigendom bezit en hoe bij echtscheiding of overlijden de bezittingen en de schulden zullen worden verdeeld.

Er zijn echter wel een aantal uitzonderingen op de hoofdregel dat alle bezittingen en schulden worden verdeeld. Erfenissen en schenkingen vallen niet in de gemeenschap van goederen mits dit in het testament of bij de schenking is bepaald. Een testament of een schenkverklaring bevat dan een zogeheten “uitsluitingsclausule”. Ook vallen “verknochte” goederen en schulden niet in de gemeenschap. Verknochte goederen of schulden zijn goederen of schulden die op bijzondere wijze aan een van de partners zijn verbonden. Ook valt pensioen buiten de hoofdregel, maar daarvan moet bij een echtscheiding wel een verdeling plaatsvinden.

De nieuwe regeling “Beperking Wettelijke gemeenschap van goederen

De kern van dit voorstel is dat men vanaf 1 januari 2018, ook indien er geen huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld, niet meer automatisch in gemeenschap van goederen trouwt. Wel ontstaat er een beperkte gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat bezittingen en schulden die ontstaan zijn vóór het huwelijk, bij een echtscheiding niet meer worden verdeeld. Ook erfenissen en schenkingen vallen er automatisch buiten, de noodzaak van een “uitsluitingsclausule” komt daarmee te vervallen. Wil men echter bereiken dat  erfenissen en schenkingen wel in de gemeenschap vallen en dus bij overlijden of echtscheiding worden verdeeld, dan moet er in het testament of bij de schenking een “insluitingsclausule” zijn gemaakt.

De essentie van de nieuwe regels is dus dat alleen de bezittingen en schulden die tijdens het huwelijk zijn ontstaan of verkregen moeten worden gedeeld. De voorhuwelijkse bezittingen en schulden blijven dus van de partner die deze aangaan.

Is de nieuwe regeling een vooruitgang? 

Dat is maar de vraag. Partners die belang hechten aan het gescheiden houden van hun vermogens (zowel aanwezig voor het huwelijks als ontstaan tijdens het huwelijk) dienen administratief nog steeds heel goed bij te houden wat tot ieders vermogen behoort. In het verleden werd bij huwelijkse voorwaarden doorgaans afgesproken dat een inkomensoverschot jaarlijks wordt verrekend. Maar in de praktijk gebeurde dat haast nooit, hetgeen resulteerde in problematische echtscheidingen. Dat probleem wordt mijns inziens niet door de nieuwe regeling opgelost. Want essentieel blijft dat partners een goede administratie zullen moeten voeren en de praktijk heeft uitgewezen dat de meeste mensen daar geen zin in hebben.

Door: Kubus Doesburg RB. mr. H.J. Rosenboom RB.